
Hoe identificeer je Bruine ringloze boletus
Neoboletus badius
Heb je een foto? Identificeer paddenstoelen direct met de Mushby-app
App openenOm de Bruine ringloze boletus (Neoboletus badius) correct te identificeren, controleer elk van deze kenmerken op volgorde. Verkeerde identificatie is de meest voorkomende oorzaak van paddenstoelvergiftiging, dus kruisreferentie altijd met meerdere bronnen.
Stapsgewijze identificatie
- 1
Hoed
Vorm, kleur, oppervlaktetextuur en diameter.
De hoed heeft een diameter van 5-15 cm (soms tot 20 cm). De vorm is aanvankelijk convex, later uitspreidend en soms onregelmatig. De kleur varieert van kastanjebruin tot donkerbruin, soms met een roodachtige tint. Het oppervlak is fluweelachtig tot glad, vaak enigszins plakkerig bij vochtig weer. De hoedrand is aanvankelijk ingerold, later uitgespreid.
- 2
Lamellen
Aanhechting aan steel, kleur en afstand.
De Bruine ringloze boletus heeft geen lamellen, maar een buisjeslaag. De buisjes zijn aanvankelijk witachtig tot crème, later geelgroen tot olijfgroen. De poriën zijn klein, rond en aanvankelijk witachtig, later geelgroen. Bij aanraking of kneuzing verkleuren de poriën snel blauwachtig tot blauwgroen, net als het vlees.
- 3
Steel
Lengte, vorm, oppervlak en eventuele ring.
De steel is 5-15 cm lang en 1-4 cm dik. De vorm is cilindrisch tot knotsvormig, soms iets verdikt aan de basis. De kleur is lichtbruin tot geelbruin, vaak lichter dan de hoed. Het oppervlak is glad tot fijn vezelig, zonder netwerk (reticulum), wat een belangrijk onderscheid is met veel andere boleten. De steel kan bij de basis een roodachtige tint hebben.
- 4
Vlees
Kleur, textuur en reactie bij snijden.
Het vlees is witachtig tot lichtgeel, stevig en dik. Bij kneuzing of doorsnijden verkleurt het vlees, vooral boven de buisjes en in de steel, snel blauwachtig tot blauwgroen. Deze verkleuring is een belangrijk kenmerk. De geur is mild en aangenaam, de smaak is nootachtig en mild.
- 5
Vruchtlichaam
Algemeen groeipatroon.
De vruchtlichamen zijn middelgroot tot groot, met een stevige, vlezige structuur. De hoed is convex tot uitgespreid, de steel is cilindrisch tot knotsvormig en de buisjeslaag is sponsachtig.
- 6
Habitat
Waar en op welk substraat het groeit.
De Bruine ringloze boletus is een mycorrhizale soort, wat betekent dat hij een symbiotische relatie aangaat met boomwortels. Hij groeit voornamelijk onder naaldbomen (den, spar) en soms onder loofbomen (eik, beuk). Hij geeft de voorkeur aan zure tot neutrale bodems en is vaak te vinden in bossen, aan bosranden en in parken.
Belangrijke feiten
- Hoedoppervlak
- Fluweelachtig tot glad, soms plakkerig
- Groeivorm
- Mycorrhiza
- Sporenafdruk
- Olijfbruin
- Lichaamskleur
- Kastanjebruin (hoed), geelbruin (steel), witachtig (vlees)
- Geur
- Mild, aangenaam
- Kleurverandering bij snijden
- Snel blauw tot blauwgroen
- Hoogte
- 5-15 cm
- Hoed diameter
- 5-15 cm
Kenmerken van het vruchtlichaam
- Lamellenaanhechting: Niet van toepassing (buisjes)
- Steelvorm: Cilindrisch tot knotsvormig
- Steeloppervlak: Glad tot fijn vezelig, zonder netwerk
- Ring: Afwezig
- Steeldoorsnede: Vol
Ontdek Bruine ringloze boletus
Identificeer paddenstoelen overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto-identificatie, complete database en je persoonlijke collectie.